Het hele jaar rond voer ik mijn gevleugelde vrienden bij. Ik heb in mijn tuin diverse voederplaatsen, waar voornamelijk koolmeesjes, pimpelmeesjes, boomklevers, boomkruipers, grote bonte spechten, roodborstjes, en staartmezen komen smikkelen (en mijn eekhoorntje voegt zich er ook geregeld bij, heel leuk om te zien !). Standaard heb ik pindaslingers of vetbolletjes hangen, en die laatste maak ik regelmatig zelf. En vandaag, op Wereld Dierendag, vertel ik je hoe.
Wat heb je nodig ?

- Een blok ongezouten (en ongebruikt) frituurvet.
- Kant-en-klaar vogelvoermix, geschikt voor tuinvogels.
- Lege potjes, kopjes, muffinvormpjes, of andere bakjes, geschikt om te gebruiken als voederbakje.
Zo maak je de vetbollen.
- Smelt het frituurvet in een grote pan. Doe dit langzaam, want het vet mag niet te warm worden en zeker niet gaan koken.
- Als het vet volledig gesmolten is, voeg je het vogelvoermix toe. Deze hoeft niet perse kant-en-klaar te zijn; je kunt ‘m ook zelf maken door bijvoorbeeld zonnebloempitten, gehakte pinda’s en/of meelwormen te gebruiken. Wat belangrijk is, is dat het vloeibare vet en de mix goed gemixt worden. De verhouding is ongeveer 1:1, dus 1 deel zaden op 1 deel vet.
- Schenk het vet-zadenmengel in een leeg potje/bakje/vormpje. Eventueel kun je er nog een touwtje in doen, zodat je de vetbol op kunt hangen wanneer deze is uitgehard.
- Zet het mengsel in de koelkast zodat het kan stollen.
- Wanneer het vet zijn witte kleur heeft teruggekregen, zijn de bollen klaar voor consumptie.

En last but not least : hang of plaats de vetbollen op een beschutte plek, die goed zichtbaar is voor jezelf. Op die manier kun je genieten van de vogeltjes die heerlijk zitten te snacken van de door jou gemaakte vetbollen. Ikzelf kan daar echt uren naar kijken …

Heb jij wel eens vetbollen voor de tuinvogels gemaakt ? Liefs, Vera.













































